De vier periodes van de Academie: de ontwikkeling van de waarneming, het voelen, het denken en het willen
Iedere conferentie van de Academie bestaat uit:
1. Fenomenologische beschrijving van de geestelijke stroming (die ook in de meditatie aan de orde komt);
2. Filosofie van de meditatie en contemplatie;
3. Toegepaste Filosofie;
4. Praktische filosofie;
5. Kunstbeoefening;
6. Gesprek;
7. Oefening van de ongedeelde aandacht of tegenwoordigheid van geest
Eerste periode: de ontwikkeling van de onbevangen waarneming of de ongedeelde aandacht (innerlijke rust, innerlijke toeschouwer)
(twee conferenties: 6 dagen)
1. Filosofie van Boeddha.
2. Onbevangen waarneming zonder persoonlijke voor- of afkeur
3. Fenomenologie van het bewustzijn.
4. Communicatie
5. Poëzie.
6. Gesprek.
7. Ongedeelde aandacht in het innerlijke gewaarzijn

Tweede periode: de ontwikkeling van het voelen of compassie in het voelen
(twee en een halve conferentie: 7 dagen)
1. Filosofie en kosmologie van Mani.
2. Voetwassing voor de natuur
3. Filosofie van de emoties.
4. Samenwerking en conflicthantering.
5. Spraakvorming en moderne dans.
6. Gesprek
7. Ongedeelde aandacht in de ontmoeting.

Derde periode: het geestelijke denken en schouwen
(twee en een halve conferentie: 7 dagen)
1. Filosofie van Christiaan Rozenkruis.
2. Met vier vormen van denken het wezen vinden.
3. Filosofie van de 12 waarheidsperspectieven.
4. Persoonlijk leiderschap in de vijf elementen en in de kernkwadranten
5. Beeldend schilderen vanuit polariteiten.
6. Gesprek.
7. Ongedeelde aandacht in het intuïtieve kennen

Vierde periode: Het scheppende willen in vitaliteit
(twee en een halve conferentie: 7 dagen)
1. Filosofie van Rudolf Steiner.
2. Meditatie in ideaalvorming- en verzorging.
3. Filosofie van de Vrijheid in toegepaste vorm voor tegenwoordigheid van geest.
4. Tijd- en vitaliteitsmanagement. Schepper zijn van de eigen agenda.
5. Sociaal schilderen en beeldhouwkunst.
6. Gesprek.
7. Ongedeelde aandacht in de ongedeelde wil.

De twaalf modules van de Academie uitgewerkt:
De volgende twaalf modules vormen het curriculum van de opleiding:
1. De fenomenologie van de geestelijke stromingen
Voor het persoonlijk meesterschap - die bij ieder verschillend is - kan inspiratie worden gezocht bij leraren van de mensheid die hieraan in hoge mate hebben gewerkt. Omdat persoonlijk meesterschap het beheer is over waarnemen, voelen, denken en willen, worden die leraren gekozen die ieder van dezen op een bijzondere wijze ontwikkeld hebben. Dit zal ook worden vormgegeven vanuit de idee dat de persoonlijke ontwikkeling van de mens een verwerkelijking kan zijn van de spirituele geschiedenis en ontwikkeling van de mensheid. De filosofie van de volgende denkers wordt ondogmatisch beschreven als een synthese van oosterse en westerse wijsheid:
Waarneming: De filosofie van Boeddha (560-480 v. C.; grondlegger van het Boeddhisme)
Voelen: Mani (216-276 n.C.; grondlegger van de tweede hoofdstroom van het Christendom)
Denken: Christiaan Rozenkruis (1378-1484; grondlegger van de stroming van het Rozenkruis)
Willen: Rudolf Steiner (1861-1925; grondlegger van de Antroposofie)
Deze synthese wordt filosofisch uitgewerkt: de eenzijdigheid van ieder van deze filosofieën wordt door die van de anderen aangevuld. In de Academie wordt gezocht naar de synthese van tegenstellingen. Persoonlijk meesterschap vraagt: het tegelijkertijd kunnen verbinden van de volgende tegenstellingen: verantwoordelijkheid en vrijheid, bedachtzaamheid en spontaniteit, een bewustzijn van het zijn met de wordingskracht van de wil, de hogere mens en de persoonlijkheid, onpersoonlijke en persoonlijke liefde, het beleven van het wezen van de eenheid en het wezenlijke van al het afzonderlijke, woordloze stilte en de kracht van het denken, contemplatie en praktisch handelen, idealiteit en realiteit, intuïtie en rationaliteit, het vrouwelijke en het mannelijke, Oost en West.
2. De Filosofie van de tegenwoordigheid van geest, meditatie en contemplatie
geeft de mogelijkheid om op de eigen innerlijke weg waarden uit deze geestelijke stromingen in de vorm van meditatieve oefeningen te verwerkelijken. In een organische ontwikkeling worden met elkaar verbonden:
A. Het zuivere en volledige gewaarzijn van Boeddha.
B. Het meelevende en schenkende voelen van Mani.
C. Het imaginatieve, inspiratieve en intuïtieve denken van Christiaan Rozenkruis.
D. De geestelijke initiatiefkracht van de wil van Rudolf Steiner.
In de Academie worden deze innerlijke ontwikkelingswegen niet alleen filosofisch, maar ook in de meditatie organisch verbonden; namelijk door de ongedeelde aandacht of tegenwoordigheid van geest. Een belangrijke vraagstelling in de academie is: is een meditatieve houding in het leven van alle dag mogelijk? Die is sterk gegeven in de ongedeelde aandacht. Al deze innerlijke ontwikkelingswegen zijn te verbinden als bijzondere toepassingen van de ene ongedeelde aandacht als de meditatieve basishouding. Bij Boeddha is zij al als 'achtzaamheid' gevraagd (en wordt voor onze tijd in de Academie tot grotere zintuiglijke wakkerheid versterkt). Bij Mani is de ongedeelde aandacht de liefde die het kwaad omvormt en de graal om Christus in het innerlijk te kunnen opnemen en in aandacht in de omgeving te laten uitstromen.
De Manicheïsche inwijding leidde tot meesterschap in de ontmoeting: Meester van het Hart te zijn. Bij Christiaan Rozenkruis is de ongedeelde aandacht de houding van het schouwen van het wezenlijke door volkomen inleving in dat wat waargenomen wordt. Bij Steiner is de ongedeelde aandacht de bewuste leegte van het Ik in het intuïtieve handelen (in de bewustzijnsziel). De ongedeelde aandacht is het hart van de Academie. Onderdeel van deze module is de voor de Academie ontwikkelde 'Manicheïsche Christusmeditatie' om door actieve imaginatie de liefde van Christus tot de 'lijdende wereldziel' te laten uitstromen. Ook wordt gewerkt aan het meditatief omgaan met het lot (of het karma) en het vinden van idealen als bijdrage aan de samenleving. De vorm is een veelheid aan oefeningen en nabespreking. Al deze meditatieve vormen kunnen ook steeds in het praktische handelen - in werk, relaties en cultuur- dienstbaar zijn.
3/4/5/6. De Toegepaste Filosofie
In de toegepaste filosofie staan de doordenking van filosofische thema's centraal die toegepast kunnen worden voor het persoonlijk meesterschap en ethische communicatie:
3. In de Fenomenologie van het bewustzijn (Periode van het waarnemen) wordt onderzocht wat het bewustzijn is en waarom het bewustzijn in de tijd staat en of ook een bewustzijn zonder tijd mogelijk is. Hoe kun je werken met de intelligentie (of ook met de woordloze intuïtie) die in de ongedeelde aandacht voortdurend de bewustzijnsfenomenen - zoals angst en irritatie - kan waarnemen, begrijpen en omvormen? Verder een bespreking van de Filosofie van het Ik.
4) Voor de zelfkennis wordt een Filosofie van de emoties (Periode van het voelen), zoals angst, woede, toorn, verdriet, dankbaarheid, gelatenheid en medelijden, aangeboden om de passies te voelen, te kennen en van binnenuit in verandering te brengen.
5) In een behandeling van de belangrijkste denkers uit de geschiedenis van de filosofie worden in de Filosofie van de twaalf waarheidsperspectieven (Periode van het denken) twaalf verschillende filosofische waarheidsperspectieven gepresenteerd. Zou je op 12 verschillende manieren kunnen denken? Kun je het 'vreemde' denken van de ander integreren om een rijker beeld van de werkelijkheid te kunnen verkrijgen? Kun je bewust een denkgemeenschap vanuit 12 perspectieven vormen? De waarheid is de harmonie van alle waarheden. De sociale kunst van het denken.
6) De Filosofie van de Vrijheid (Periode van het willen) geeft een praktische verwerkelijking van de vrije wil in de kunst van het handelen. Een handeling kan alleen goed zijn als zij goed ingepast is in de situatie. Waarnemen, voelen en denken geven de mogelijkheid om de komen tot een situationeel begrip. Daaraan kunnen ontvlammen de morele intuïties om deze werkelijkheid te veranderen. In de morele fantasie zoek je naar voorstellingen hoe deze geconcretiseerd kunnen worden naar de situatie. Zelf het levensdoel en idealen kunnen kiezen.
Door scheppende Kunstbeoefening wordt de spontane expressie en de geest van improvisatie aangesproken als noodzakelijke eigenschappen van het intuïtieve handelen. 'Mens is Vrijheid is Kunst' (Beuys). De hele opleiding is het huwelijk tussen filosofie en kunst.
7. De actieve kunst. Dit zijn (in de vier perioden) vrije poëzie; spraakvorming en Improviserende dans; beeldend schilderen en sociaal-beeldend schilderen, gegeven door kunstenaars.
8/9/10/11. Praktische Filosofie.
In Praktijk-uren worden oefeningen en spelen gegeven hoe in het sociale leven ethische communicatie en persoonlijk meesterschap praktisch te realiseren zijn:
8) Ethische communicatie (Periode van het waarnemen). Spreken/luisteren vanuit ongedeelde aandacht, wezenscontact, loslaten van beelden, wederzijdse vrijheid, effectief groepsbesluit (overlevingsspel).
9) Conflicthantering, samenwerking en onderhandelen (Periode van het voelen). In geweldloze communicatie grenzen aangeven, ethisch ontvangen en geven van kritiek, omgaan met agressie, omgaan met wantrouwen en opbouwen van vertrouwen in het onderhandelen (XYZ-spel).
10) Leidinggeven vanuit persoonlijk leiderschap (Periode van het denken). Zelfonderzoek naar polaire kernkwaliteiten en de valkuilen ervan, zelfonderzoek naar de 5 elementen: vuur-visie, lucht-inzicht, aarde-handeling, water-verbinding en ether of quintessence-ongedeelde aandacht.
11) Tijd-, vitaliteits- en stressmanagement (Periode van het willen). Kun je de schepper van je agenda worden?, Is het mogelijk om tot een behoud van de energie te komen door in je (wils)kracht te blijven? Wat is reactief-, en wat is proactief handelen?, prioriteitenlijst van waarden, stappenplan voor idealen. In deze module wordt onderzocht wat een gefragmenteerde wil is en hoe je kunt komen tot een ongedeelde wil vanuit ongedeelde aandacht die vrij en ongehecht tot krachtontvouwing komt.
12). Gesprek (In iedere periode).
Plenair en in vertrouwensgroepen worden thema's t.a.v. de eigen ontwikkeling, de realisering van idealen en sociale fenomenen besproken.