
11-11-10 Duurzaamheid in de intuïtie
(Zie voor praktische informatie www.duurzaamheidvangeest.nl)
Intuïtie over Intuïtie
Duurzaamheid van de geest hangt samen met het bloei
brengen van je vermogen van intuïtie. Intuïtie heeft heel
weinig duur; is snel, levendig, spontaan en vluchtig. Maar
de in waterkringen ontvonkende intuïtie is van een andere
orde dan het argumenterende denken. Zij staat buiten de
tijd, is bij uitstek scheppend en is daardoor duurzaam.
Kom op deze inspiratiedag over de intuïtie. Met een
filosoof en met kunstenaars in woord en muziek. Wie
weet krijg je een intuïtie over de intuïtie!
Programma (voorlopig)
14.00 Openingswoord door Arjen Schamhart
Jacquem begint haar performance
14.15 Filosofie van de Intuïtie van Roland van Vliet
15.15 Vragen beantwoorden
15.30 Pauze
16.00 Musici improviseren
17.00 Kleurentelepathie met de zaal
18.00 Filosofische nabeschouwing
18.30 Catering
19.30 Hans Sibbel met Roland van Vliet
20.30 Stand Up Filosoof over Intuïtie
21.00 Afsluiting
Wat is nu een echte intuïtie? Voor het beantwoorden van die vraag, hebben we eerst een ‘kritiek op de intuïtie’ nodig. Het maakt in steeds meer kringen indruk als je zegt dat je je intuïtie gevolgd hebt. Dan wordt ook niet meer doorgevraagd hoe je daar nu eigenlijk aan komt. Bij nadere beschouwing blijkt het vaak niet om een intuïtie te gaan. Intuïties zijn in een aantal gevallen niet anders dan herinneringsvoostellingen (‘intuïtief vond ik de weg’’; zonder te beseffen dat je daar al een paar jaar geleden bent geweest ) of wensgedachten (‘intuïtief vind ik dát het beste’; omdat je dat het liefste wilt) . Een intuïtie, filosofisch beschouwd, is een waarheid die zichzelf bewijst; je weet dat het waar is zonder daar nog argumenten voor te hebben. Deze ‘ingevouwen’ waarheid moet nog door het rationele denken ‘uitgevouwen’ worden. Dit laatste denken vindt dan pas achteraf de argumenten en de daarmee overeenkomende feiten in de wereld. Het rationele denken geeft bewustwording van de intuïtie. Toch moet je voor het kunnen verkrijgen van een intuïtie met onderzoek bezig zijn en de vraag naar een antwoord stellen. Het vermogen om tot intuïtie te komen is verbonden met de actieve geest in de mens. Op deze inspiratiedag staan de vragen centraal: Wat is intuïtie en hoe kun je het vermogen van intuïtie tot ontwikkeling brengen? Is intuïtie een waarneming, een gevoel, een wilswerking of een vorm van denken? Hoe kun je tot de juiste verhouding van rationaliteit en intuïtie komen in de kwaliteit van denken en leven?
Joseph Beuys, bekend modern kunstenaar, heeft de ontwikkelingsweg van Christian Rosencreutz (in 1616 door J.V. Andreae beschreven) - om intuïtief tot het wezenlijke in de werkelijkheid te kunnen doordringen, samengevat in zijn ‘vier vormen van denken: waarnemend denken, denkend denken, voelend denken en willend denken’. Op deze dag beschrijven en demonstreren we deze filosofische methode om tot intuïtie te komen, zoals Kandinsky daarmee het wezen van de kleuren heeft gevonden. Met deze vorm van kennen is het mogelijk om het wetenschappelijk onderzoek te metamorfoseren tot een fenomenologische wetenschap van de geest, waardoor je het wezen van de planten, de dieren, sociale en historische gebeurtenissen, biografische momenten in je eigen leven en ook de sfeer in het bedrijf kan leren kennen.
Een unieke mogelijkheid om je te scholen in het vermogen van de intuïtie!
Duurzaamheid in het denken
(Datum wordt nog bekend gemaakt)
Normaal gesproken vind je in het denken een veelheid van meningen. Hoe kun je een weg gaan van mening naar waarheidsonderzoek? Aristoteles formuleerde al in de vierde eeuw voor Christus de taak van de filosoof; een bioloog denkt over het leven, een physicus over de anorganische natuur, maar een filosoof denkt over de menselijke geest; een filosoof denkt over het denken. Dit is een heel bijzondere gave die de mens bezit; om te denken over het denken. Van de baron von Münschhausen vinden we dat het onzinnig is dat hij zichzelf aan zijn haren omhoog trekt uit het moeras, maar het denken is daar zeker toe in staat. Het denken brengt gedachten voort die een onwaar oordeel kunnen bevatten; het is hetzelfde denken dat kan denken over dit oordeel en de onwaarheid ervan kan aantonen. Het denken is is staat om ons werkelijk vrij te maken; het is het vermogen van zelfreflectie. Hoe kun je werken aan de zelfopvoeding van het denken? Hoe kun je het denken scholen? Hoe kunnen op je juiste wijze het talige denken en de woordloze intelligentie samenwerken? Hoe kun je in overeenstemming met de werkelijkheid denken? Wanneer kun je vertouwen hebben in het denken? Praktische aanwijzingen voor de ontwikkeling van het denken.
Er zijn denkers die door argumenteren alles kunnen bewijzen. Dat hebben de Griekse filosofen een minachting gekend; zij spreken dan van sofisten die spitsvondig, maar misleidend redeneren. Hoeveel sofisme is er niet in onze moderne cultuur? Daardoor moet je zeggen dat het denken nog werkelijkheidsgetrouw moet worden. Dat kan wanneer het gevoed wordt door de waarneming vanuit de wereld en door de intuïtie vanuit de geest. Dan kun je redeneren met begrippen die realiteit hebben.
Het denken kan objectief en instrumenteel zijn; het denken kan ook doordringen tot de diepere lagen van het zijn. Daarvoor is het nodig dat het denken kunstzinnig wordt. Goethe kwam door dit denken tot het vinden van de oerplant die in iedere plant het wezen vormt. Als het denken dichterlijk voelend kan karakteriseren, wordt het denken wezenlijk. Hoe kan in de verbinding tussen kunst en filosofie inspiratie in het denken ontstaan?
Duurzaamheid in het voelen
(Datum wordt nog bekend gemaakt)
De emoties angst, woede en verdriet kunnen een chaotisch beleven van het leven geven. In een Filosofie van de emoties wordt de zingevingsvraag van de emoties en hoe met deze om te gaan besproken. Verder worden gevoelens van de geest aangesproken: humor, vreugde, medelijden, berouw, gevoel van het schone, het sublieme en ontroering.
Op welke wijze kunnen het schone, de ontroering en het sublieme als gevoelens van de geest ontwikkeld worden?
De emoties.
Het beheer over de emoties als persoonlijk meesterschap, vraagt het vermogen om emoties in ontwikkeling te brengen en niet deze te onderdrukken. Het klassieke onderscheid tussen rationaliteit en emotionaliteit is onwaar. Als je in een filosofie van de emoties analyseert wat een emotie is, dat valt daarbij op dat een emotie een denken en zelfs willen in zich draagt. In de angst heb ik een denkvoorstelling over het gevaar dat mij dreigt en ook de negatieve waardering vanuit het denken dat ik niet wil dat gebeuren zal wat ik als gevaar zie. Dit is de denkcomponent in de emotie. Door de negatieve waardering vanuit het denken, wordt de wilscomponent van de emotie gecreëerd. Het willen van de angst – als de angst zonder beheer van het Ik aan zichzelf wordt overgelaten – is de wil om te vluchten. Als dat niet kan – zoals bij hoogtevrees langs een afgrond waar ik juist niet durf te vluchten – dan geeft dit wilsgebaar van de angst mij de beweging om geheel ineen te krimpen. Het is kenmerkend voor een emotie dat ik de gedachte – in dit geval van het gevaar – op mijzelf betrek. Ik voel dan ook die angst aan mijn subject.
Doordat er sprake is van de rationaliteit van de emoties is het in het persoonlijk meesterschap heel goed mogelijk om te denken over de gedachten in de emoties en te onderzoeken of ze objectief en ethisch juist zijn. De gedachten in de emoties kunnen veranderd worden, waardoor ik de emoties in ontwikkeling kan brengen.
Kan angst gemetamorfoseerd geworden tot alleen een gevoelsintuïtie voor gevaar? In de woede is ook een ontwikkeling te gaan; we bespreken op deze dag de woede, de verontwaardiging en de toorn. We beschrijven hoe je tot het wezen van de emoties kunt doordringen en hoe je door middel van de zelfreflectie de emoties in een ethische ontwikkeling kan brengen. Het in beheer nemen van de emoties, maakt ruimte vrij om gevoelens een kans te geven en tot bloei te brengen. De juiste vorm van enthousiasme, medelevendheid of empathie en gepassioneerdheid, geeft overtuigend leiderschap.
Het voelen als waarneming
Emotie heeft een wel of niet verborgen denk- en wilscomponent. Daarnaast is te onderscheiden het voelen als een bijzondere vorm van waarnemen. Als ik een ruimte binnenkom kan ik voelen of daar nog een spanning hangt. Voelen is dan een vorm van waarnemen. Als voelen een vorm van waarnemen is, kun je vragen wat dat het zintuigorgaan van het voelen is. Het zintuigorgaan van het voelen is het subject. Ik voel aan mijzelf de angst of vreugde die de ander heeft. Is het mogelijk dat meerdere mensen tot consensus komen omdat zij alle dezelfde gevoelswaarneming hebben? Is objectief voelen mogelijk?. Als zo het objectieve voelen erkend zou kunnen worden, dan zou het wetenschappelijke onderzoek een enorm gebied van onderzoek erbij kunnen hebben; dan is een wetenschap van de ziel mogelijk. Met het voelen als waarneming kun je je invoelen in iemand, inleven in een situatie. Het voelen zegt vaak veel meer en op een veel dieper niveau van de werkelijkheid wat er gaande is dan de uiterlijke waarneming.
Duurzaamheid in het willen
(Datum wordt nog bekend gemaakt)
Hoe is werkelijke innerlijke vrijheid mogelijk? Een filosofische bespreking en uitwerking van het 8-voudige pad van Boeddha. Verder wordt besproken het nieuwe idee voor leiders: ‘de ongedeelde wil’. Wanneer is de wil in zichzelf verdeeld en wanneer is de wil ongedeeld, vrij, vitaal en scheppend?
Als ik onverkort uit mijn karakter, gewoonten, emoties of ervaring handel, ben ik onvrij. Ik kan gebruik maken van een gewoonte of van ervaring, maar ik moet kunnen inzien of deze in deze situatie gewenst is. Veel handelingen zijn de uiting van – we bespreken op deze dag hiervan negen vormen – een gefragmenteerde wil. Deze splitst de energie en geeft vermoeidheid. We werken deze dag aan vitaliteitsmanagement. Een voorbeeld hiervan is dat ik iets anders doe dan dat ik wil of dat ik meer wil dan dat ik aankan. Persoonlijk meesterschap vraagt – zoals we dat op deze dag bespreken – ‘een ongedeelde wil’, die vrij en ongehecht blijft en toch volledig in zijn eigen kracht kan blijven. Een ongedeelde wil geeft geduld waar je niet verder kunt en een grote wilsontvouwing waar de werkelijkheid het toelaat. De ongedeelde wil is flexibel en standvastig tegelijkertijd. In de ongedeelde wil ben je niet vereenzelvigd met het resultaat of met de wijze waarop het resultaat gehaald moet worden. Door die vrije wil kan des te sterker op de juiste wijze het doel bereikt worden. Het staan in de ongedeelde wil is het staan in het onaangetaste wilsvermogen. De ongedeelde wil blijft in de rust van de ongedeelde aandacht of de tegenwoordigheid van de geest. Dat betekent dat je in je kracht kan blijven staan en dat deze ongedeelde wil juist energie geeft. Leiderschap vraagt een dergelijke sterke, vitale en toch beweeglijke wil.
Duurzaamheid in het handelen
(Datum wordt nog bekend gemaakt)
Vanuit het denken kunnen waarden worden gevonden die het handelen kunnen bepalen. Is in het persoonlijk meesterschap een vrij handelen mogelijk? Je zou kunnen zeggen dat dan een handeling vrij genoemd kan worden, als ikzelf in staat ben om vanuit eigen inzicht een handelingsidee als beweegreden aan mijn wil ten grondslag te leggen.
Duurzaamheid in het handelen vraagt situationeel handelen. Goed en kwaad zijn van de situatie afhankelijk: geduld is bij het wachten op de bus goed, maar bij het helpen van iemand die aan het verdrinken is slecht. De kunst van het handelen is het juiste te doen, op het juiste moment, op de juiste plaats en naar de juiste persoon. Dat is wat juist is in deze situatie.
Voor het situationele handelen als leider bespreken we op deze inspiratiedag een praktische toepassing van de Filosofie der Vrijheid van Rudolf Steiner:
Zuil van het kennen
3. Denken (situationele en begripsintuïtie)
2.Voorstellen
1.Waarnemen
4. Ik
Zuil van het handelen
5. Denken (morele intuïtie(s))
6. Morele fantasie
7. Handelen (morele techniek)
Om een goede handeling uit vrijheid te kunnen verrichten is het noodzakelijk een begrip van de situatie te hebben waarin je tot handelen wilt komen. Bij de Zuil van het kennen wordt zowel levende zelfkennis als levende kennis van de situatie gevraagd als voorwaarde om tot het goede handelen in deze situatie te komen.
Ontvlammend aan het situationele begrip kan vanuit het levende in vrijheid in de Zuil van het handelen een handelingsbegrip of morele intuïtie gekozen worden. Wat vind ik goed om in deze situatie te doen? Als ik uit autoriteit, karakter, gewoonten, emoties, driften of praktische ervaring handel, ben ik niet vrij. In vrijheid kies ik een morele intuïtie: een waarde of een ideaal. In de morele fantasie kan ik een voorstelling vormen hoe ik deze zelfgekozen morele intuïtie kan invoegen in deze situatie. Deze situationele afstemming is de eigenlijke kunst van het handelen.
Zoals een kunstenaar schildert en dan weer afstand neemt om het resultaat te zien, is de kunstenaar van het handelen in de scheppende activiteit om zijn handelen steeds weer te evalueren in het kennen. Vanuit de ongedeelde aandacht is het mogelijk om steeds de situationele begripsintuïtie en de morele intuïtie op elkaar af te stemmen vanuit de woordloze intelligentie.
Wil je het goede, dan doe je het kwade, zei Paulus. Wanneer is het handelen vruchtbaar in de wereld? Hoe kun je een intuïtie hebben van de uiteindelijke gevolgen van je handelen? Het handelen vraagt een duurzaamheid van het ik. Wat in het ik is tijdelijk en vergankelijk en wat is permanent en blijvend? Op deze inspiratiedag wordt De Filosofie van het Ik met drie Ik-beginselen (levenskunstenaar, inspiratie en kunstwerk) in de dynamiek van het handelen besproken, zoals eerder beschreven was in People, Planet, Profit. Kan het doen ‘een scheppen’ van waarden en idealen ‘uit het niets zijn’ en een kunstzinnige handelen worden? Hoe kan de cultuur daardoor worden vernieuwd, vergeestelijkt, veredeld en verduurzaamd?
Duurzaamheid in de liefde
(Datum wordt nog bekend gemaakt)
In de heftig uitgeroepen en gefluisterde liefde werkt vaak afhankelijkheid en een verborgen vragen in het geven. Wat is het wezen van liefde? Wat is liefde in het kennen? Er ontstaat een intuïve kennis als er een eenheid is van kenner en ken-object. Hoe is deze mogelijk? Wat is liefde in de relatie tot de ander? De voetwassing, de filosofie van Levinas en ‘liebe das Böse gut’, waar Mani over sprak.
In de filosofie worden twee vormen van liefde onderscheinden: Agapé (broederliefde of liefde voor de ander omwille van de ander) en Eros (platonische verlangen naar eenheid - in liefde, schoonheid en waarheid - als zelfverwerkelijking van het goddelijke in je: dit is de juiste - niet narcistische - zelfliefde). Het 'Heb uw naaste lief gelijk uzelfve' verbindt deze beide feitelijk met elkaar. Door zelfliefde of de kracht van de ontwikkeling is een veel sterkere vorm van liefde voor de ander mogelijk; want als ik niet eerst in mijzelf het schaduwbeeld van het egoïsme overwinnen kan, is ook werkelijke liefde voor de ander niet mogelijk. In de geschiedenis van het christendom is het vanaf de vierde eeuw gegaan om Agapé zonder Eros, zonder zelfverwerkelijking, en daardoor was liefde verbonden met plicht het goede te doen en niet met de vrije liefde om het goede te doen. In onze tijd is juist het laatste mogelijk geworden.
Boeddha spreekt over de liefde die ontstaat als je door een volledige aandacht de eenheid met alles beleven kan (De Ik-Het verhouding volgens Martin Buber). Dat is een onpersoonlijke vorm van liefde. In het esoterische christendom van Mani (217-276) gaat het juist om een liefde die staat in de Ik-Gij verhouding (volgens Buber) of in de persoonlijke liefde in het meeleven met het persoonlijke gevoel van de ander. Hier gaat het ook om een liefde voor het kwaad om het kwaad te kunnen omvormen. Kun je met liefde met het boze omgaan?
De voetwassing als ethisch beeld voor het leiderschap om ethisch om te gaan met macht. Christus Jezus doet dan wat normaal gesproken de dienaren doen: het wassen van de voeten van de gasten. Christus is het wezen van ‘naar beneden stromende liefde’; hij is uit de hoogste hemel naar de aarde afgedaald en dit wordt versterkt in het feit dat hij voor de discipelen buigt om hun voeten te wassen. De naar beneden stromende liefde bij de voetwassing toont aan dat Christus zijn dankbaarheid betuigt aan de discipelen; hij kan alleen dan kan werken, als er mensen zijn die zijn offer willen aannemen. Het hogere kan niet zonder het lagere. Dit is ook de ethiek van het leiderschap: de leider is de grootste dienaar van de gemeenschap van de organisatie. Hij voelt dankbaarheid naar de medewerkers, omdat zonder hen de organisatie geen zin heeft. Dit is ethisch omgaan met funcionele macht.
Dankbaarheid is een bijzondere houding; dankbaarheid jegens alle mensen die gemaakt hebben dat je bent die je nu bent. Dankbaarheid zelfs jegens je vijanden, want zij hebben het mogelijk gemaakt dat je werd uitgedaagd om het goede te versterken door op de juiste wijze met het kwaad om te gaan. Deze dankbaarheid doet een gevoel van allesomvattende liefde ontstaan.
De voetwassing naar de ander betekent dat je het wezen van de ander als op een altaar verhogen kunt. De filosoof Levinas zegt dat ieder moment dat je de ander in een oordeel samenvat, heb je een totalitaire vorm van denken. Is het mogelijk steeds gericht te zijn op het op het oneindige wezen van de ander, van welk geslacht, ras, volk of religie/wereldbeschouwing ook? Vanuit deze vorm van denken vind je altijd de rechtvaardiging voor de liefde, waardoor je van daaruit ook het onvolkomene in de ander kunt liefhebben.
Liefde in het kennen van en handelen in de wereld. Hoe kom je ook tot liefde voor het onvolkomene? Hoe kan liefde het kwaad omvormen? Hoe ontwikkel je een liefde voor de hele mensheid?